DAC-kabel of transceiver? Zo kies je de juiste verbinding

5 min lezen Bijgewerkt 24 september 2026

Solid Optics QSFP-H40G-CU2M-SO passieve 40 Gbit QSFP+ DAC-kabel 2 meter

Twee apparaten met een SFP+-poort verbind je op twee manieren: met één DAC-kabel, of met twee transceivers en een stuk glasvezel ertussen. Allebei geven ze 10 Gbit, allebei werken ze prima, en het prijsverschil kan oplopen tot een factor drie. De keuze hangt vooral af van één ding — de afstand — en daarna van een handvol praktische overwegingen.

Wat is het verschil?

Een DAC-kabel (direct attach copper, ook wel twinax) is een koperkabel met aan beide uiteinden een vast gemonteerde connector. Je koopt hem in één stuk en in een vaste lengte; er valt niets aan los te halen. Er zit wel elektronica in — de switch herkent hem als een module en leest er een type en een merkcode uit — maar er komt geen laser aan te pas.

Een transceiver is een losse module die je in de poort schuift en die het elektrische signaal omzet naar licht. Je hebt er twee nodig, met een glasvezelpatchkabel ertussen. Drie onderdelen dus, in plaats van één.

 DAC-kabelTransceivers + glasvezel
Afstand1 tot 5 meter (passief)300 meter tot 40 kilometer
Aantal onderdelen13
Verbruik per kantongeveer 0,1 W0,7 tot 1 W
Gevoelig voor vuilneeja, stof op de connector kost je de link
Buigzaamheidstug, zeker bij 40 Gbitsoepel
Lengte wijzigennieuwe kabel kopenalleen de patchkabel vervangen

Wanneer kies je een DAC-kabel?

Binnen één rack, en eigenlijk altijd. Voor de verbinding tussen een switch en een server die een halve meter lager hangt, tussen twee switches in dezelfde kast, of van een server naar een storage-systeem is een DAC-kabel goedkoper, zuiniger en simpeler. Eén onderdeel dat kan stukgaan in plaats van drie, en geen optiek die je schoon moet houden.

  • Goedkoper. Een SFP+ DAC van twee meter kost minder dan één transceiver, en je hebt er maar één nodig in plaats van twee plus een patchkabel.
  • Zuiniger. Het verschil is ongeveer anderhalve watt per verbinding. Bij één kabel merk je dat niet; bij vierentwintig uplinks in een rack dat dag en nacht draait, telt het op.
  • Minder storingsgevoelig. Geen losse connectoren, geen vuile vezeleinden, geen module die half uit de poort hangt.

Wanneer kies je transceivers?

Zodra je het rack uit moet. Passieve DAC-kabels zijn boven de vijf meter niet meer te krijgen, en daar houdt het simpelweg op. Verder:

  • Tussen verdiepingen of gebouwen. Multimode (850 nm, SR) haalt 300 meter, singlemode (1310 nm, LR) tien kilometer, en met een ER-module kom je tot veertig.
  • Als de bekabeling al ligt. Is er glasvezel getrokken naar de meterkast of de andere verdieping, dan heb je geen keuze.
  • Als je flexibel wilt blijven. Verhuist een server twee racks verderop, dan vervang je alleen de patchkabel. Bij DAC koop je een nieuwe kabel.

Passief, actief of AOC

Er zijn drie smaken, en het onderscheid is de moeite waard:

  • Passieve DAC is een gewone koperkabel met wat identificatie-elektronica. Tot ongeveer vijf meter bij 10 Gbit, korter bij 40 en 100 Gbit. Dit is wat je in de praktijk het meest tegenkomt.
  • Actieve DAC heeft versterking in de connectoren en haalt daarmee tien tot vijftien meter. Duurder, en verbruikt meer.
  • AOC (active optical cable) is glasvezel met de optiek al vastgemonteerd aan beide kanten. Haalt tientallen tot honderd meter, is licht en soepel, maar je kunt er net als bij DAC niets aan vervangen.

Hoe hoger de snelheid, hoe korter passief meekomt. Een 40 Gbit QSFP+ DAC van vijf meter bestaat, maar in de praktijk werken de kortere lengtes betrouwbaarder.

Merkcodering geldt ook voor DAC-kabels

Dit wordt vaak over het hoofd gezien: een DAC-kabel wordt door de switch gelezen als een module, en dus geldt dezelfde merkcontrole als bij een transceiver. Een Cisco Nexus kan een ongecodeerde kabel weigeren, en Juniper meldt hem als niet-ondersteund. Hoe dat precies zit en waar je bij het bestellen op let, staat in onze gids over Cisco- en Juniper-codering.

En de hybride kabel

Er bestaat een variant die veel mensen niet kennen: een kabel met aan de ene kant QSFP+ en aan de andere kant SFP+. Daarmee sluit je een 10 Gbit-apparaat aan op een 40 Gbit-poort, zonder breakout-paneel. Handig als je switch alleen nog QSFP+-poorten vrij heeft.

Wat vaak misgaat

  • Te lang gekocht. Een DAC-kabel is stug en de overtollige lengte moet ergens heen. Meet voordat je bestelt; een meter te veel is in een vol rack lastiger dan het klinkt.
  • Verkeerde snelheid aangenomen. SFP+ (10 Gbit), SFP28 (25 Gbit) en QSFP+ (40 Gbit) zien er op afstand hetzelfde uit maar zijn niet uitwisselbaar. Een SFP+-kabel past wel in een SFP28-poort en werkt dan op 10 Gbit.
  • Transceivers gekocht voor twee meter. Twee SR-modules en een patchkabel voor een verbinding binnen hetzelfde rack is ongeveer drie keer de prijs voor precies dezelfde link.
  • Multimode en singlemode door elkaar. Een SR-module (850 nm) op een singlemode vezel geeft geen link. Kijk naar de kleur van de mantel: oranje of aqua is multimode, geel is singlemode.
  • De vezel niet gereinigd. Bij glasvezel is stof op het connectoreinde de meestvoorkomende oorzaak van een link die niet of instabiel komt. Een reinigingspen kost een paar euro.

Wat wij adviseren

Blijf je binnen het rack, neem dan een DAC-kabel en kies de kortste lengte die past. Voor 10 Gbit tussen switch en server is dat meestal één tot drie meter; voor 40 Gbit tussen twee switches twee meter.

Moet je verder, dan kom je uit bij een SFP+-module aan beide kanten met een duplex LC-patchkabel ertussen — OM3 of OM4 voor SR, OS2 voor LR. Zorg dat beide modules dezelfde specificatie hebben; een SR aan de ene kant en een LR aan de andere geeft geen werkende verbinding. Hoe je zo’n verbinding opbouwt staat in onze gids over een 10 Gbit-netwerk opzetten.

Alle kabels en modules die wij leveren zijn getest tussen echte apparatuur, we vermelden per product in welke switch dat is gebeurd, en je krijgt zes maanden garantie. Twijfel je welke variant bij jouw switch past? Stuur ons het merk en type, dan zoeken we het uit voordat je bestelt.

Veelgestelde vragen

Hoe lang kan een DAC-kabel maximaal zijn?

Een passieve DAC-kabel gaat tot ongeveer vijf meter bij 10 Gbit, en korter bij 40 en 100 Gbit. Een actieve DAC haalt tien tot vijftien meter, een AOC tientallen meters.

Is een DAC-kabel sneller dan glasvezel?

Nee, de snelheid is gelijk. Een DAC-kabel heeft iets minder vertraging omdat er geen omzetting naar licht plaatsvindt, maar dat verschil is voor vrijwel elke toepassing verwaarloosbaar.

Werkt een DAC-kabel van het ene merk in een switch van het andere?

Meestal wel, maar niet altijd zonder meldingen. Een DAC-kabel wordt net als een transceiver gelezen op merkcodering. Cisco- en Juniper-apparatuur kan een vreemde kabel weigeren of als niet-ondersteund melden.

Kan ik een SFP+-kabel in een SFP28-poort gebruiken?

Ja, de poort valt dan terug op 10 Gbit. Andersom werkt niet: een SFP28-kabel haalt in een SFP+-poort geen 25 Gbit.

Wat is het verschil tussen DAC en AOC?

DAC is koper en gaat tot een meter of vijf. AOC is glasvezel met de optiek al vastgemonteerd en haalt tientallen tot honderd meter. Bij allebei zit alles vast, dus je kunt geen los onderdeel vervangen.

Heb ik een breakout-kabel nodig om 10 Gbit op een 40 Gbit-poort aan te sluiten?

Niet per se. Er bestaan hybride kabels met aan de ene kant QSFP+ en aan de andere SFP+, waarmee je één 10 Gbit-apparaat rechtstreeks op een QSFP+-poort aansluit.

Past bij dit artikel

Bekijk alle DAC- en AOC-kabels