Singlemode of multimode glasvezel: SR, LR en ER uitgelegd

Of je singlemode of multimode glasvezel nodig hebt, hangt af van de afstand: multimode is bedoeld voor korte afstanden binnen een gebouw, singlemode voor alles wat verder gaat. Een SR-transceiver werkt op 850 nm over multimode en haalt bij 10 Gbit 300 meter over OM3 of 400 meter over OM4. Een LR-module werkt op 1310 nm over singlemode en haalt 10 kilometer, een ER-module op 1550 nm haalt 40 kilometer. Module en vezel moeten bij elkaar passen, met aan beide kanten hetzelfde type.
In het kort
- SR is 850 nm over multimode. Bij 10 Gbit: 300 m over OM3, 400 m over OM4.
- LR is 1310 nm over singlemode, tot 10 km. ER is 1550 nm over singlemode, tot 40 km.
- Oranje (OM1/OM2), aqua (OM3/OM4) en limoengroen (OM5) staan voor multimode, geel voor singlemode.
- Niet mengen: een SR-module op singlemode vezel, of SR aan de ene en LR aan de andere kant, geeft geen werkende verbinding.
- Let op telecomnamen: “SR-1” op een SONET-module, zoals een OC-192-XFP, is juist singlemode op 1310 nm.
Wat is het verschil tussen singlemode en multimode?
Het verschil zit in de kern, het deel waar het licht doorheen gaat. Multimode vezel heeft een kern van 50 micrometer (OM2 tot en met OM5) of 62,5 micrometer (OM1). Het licht volgt daarin veel paden van verschillende lengte, waardoor een lichtpuls over afstand uitsmeert. Daarom krijgt multimode een bandbreedte in MHz·km mee: hoe hoger dat getal, hoe verder je bij een bepaalde snelheid komt.
Singlemode vezel heeft een veel dunnere kern: bij Corning SMF-28 Ultra (ITU-T G.652.D) is de mode field diameter (MFD), de effectieve breedte van het lichtpad, 9,2 micrometer bij 1310 nm. De buitenmaat is bij beide soorten 125 micrometer, dus van buiten zie je geen verschil. Omdat het licht maar één pad volgt, bepalen vooral het laservermogen en de demping van de kabel hoe ver je komt. Daarom haalt singlemode kilometers waar multimode bij honderden meters ophoudt.
SR, LR en ER: wat de letters betekenen
De namen komen uit de IEEE 802.3-standaard voor ethernet. De eerste letter staat voor de golflengte: S (short) voor 850 nm, L (long) voor 1310 nm en E (extra long) voor 1550 nm. In de praktijk betekent dat: S hoort op multimode, L en E op singlemode. De R bij 10 Gbit verwijst naar de 64B/66B-codering van de 10GBASE-R-familie.
| Standaard | Golflengte | Vezel | Maximale afstand | Connector |
|---|---|---|---|---|
| 1000BASE-SX | 850 nm | multimode | 275 m (OM1), 550 m (OM2), 1 km (OM3/OM4) | LC duplex |
| 1000BASE-LX/LH | 1310 nm | singlemode | 10 km | LC duplex |
| 10GBASE-SR | 850 nm | multimode | 33 m (OM1), 82 m (OM2), 300 m (OM3), 400 m (OM4) | LC duplex |
| 10GBASE-LR | 1310 nm | singlemode | 10 km | LC duplex |
| 10GBASE-ER | 1550 nm | singlemode | 40 km | LC duplex |
| 40GBASE-SR4 | 850 nm | multimode, parallel | 100 m (OM3), 150 m (OM4) | MPO-12 |
| 40GBASE-LR4 | vier golflengten rond 1310 nm | singlemode | 10 km | LC duplex |
De afstanden komen uit de datasheets van Cisco. De 1 km voor 1000BASE-SX over OM3 en OM4 is een Cisco-specificatie; voor een module van een ander merk kijk je in de eigen datasheet. Boven de 30 km noemt IEEE 802.3ae een verbinding een “engineered link”: dan moet je de demping van het hele traject doorrekenen. Bij Cisco herken je het type ook aan de kleur van de beugel: beige voor SR, blauw voor LR en rood voor ER.
Welke vezel hoort erbij: OM1 tot OM5 en OS2
De namen OM (optical multimode) en OS (optical singlemode) komen uit de internationale bekabelingsnorm ISO/IEC 11801 en zijn door de TIA overgenomen in ANSI/TIA-568.3-D. De kleur van de mantel is vastgelegd in TIA-598.
| Type | Kern | Kleur mantel | Bandbreedte bij 850 nm | Bereik 10GBASE-SR |
|---|---|---|---|---|
| OM1 | 62,5 µm | oranje | 200 MHz·km | 33 m |
| OM2 | 50 µm | oranje | 500 MHz·km | 82 m |
| OM3 | 50 µm | aqua | 2000 MHz·km | 300 m |
| OM4 | 50 µm | aqua | 4700 MHz·km | 400 m |
| OM5 | 50 µm | limoengroen | 4700 MHz·km | 400 m |
| OS1/OS2 | ca. 9 µm | geel | niet van toepassing | niet geschikt, gebruik LR of ER |
OM5 is gemaakt voor meerdere golflengten tussen 850 en 950 nm tegelijk. Voor een gewone SR-module gedraagt hij zich als OM4. Ligt er al vezel, kijk dan naar de kleur en de opdruk op de mantel, waar meestal het type of de kerndiameter (50/125 of 9/125) staat.
Let ook op de connector. Cisco specificeert zijn SFP- en SFP+-modules met een LC-aansluiting met recht geslepen eindvlak (LC/PC), en ondersteunt bij QSFP-modules alleen patchkabels met PC- of UPC-connectoren. Een groene connector is schuin geslepen (APC) en hoort niet op een standaard transceiver.
Wat gebeurt er als je het mengt?
- SR-module op singlemode vezel. Een SR-module is alleen gespecificeerd voor multimode. Op singlemode krijg je geen of een instabiele verbinding.
- SR aan de ene kant, LR aan de andere. Andere golflengte, andere vezel. Dat werkt niet, ook niet over een paar meter.
- 1 Gbit LX over multimode. Dit kan wel: Cisco specificeert 1000BASE-LX tot 550 meter over multimode, mits met een mode-conditioning patchkabel. Een gewone 10GBASE-LR is alleen voor singlemode gespecificeerd; voor 10 Gbit over oude multimode bestaat de aparte LRM-module (1310 nm, tot 220 meter).
- ER over een korte afstand. Een ER-laser is zo sterk dat de ontvanger bij een korte kabel overstuurd raakt. Cisco schrijft bij de SFP-10G-ER onder 20 km een verzwakker van 5 dB voor. Neem voor korte afstanden gewoon LR.
- Te kort. IEEE 802.3ae noemt 2 meter als minimale kabellengte voor SR, LR en ER.
BiDi: één vezel in plaats van twee
Een gewone transceiver gebruikt twee vezels, één om te zenden en één om te ontvangen. Een BiDi-module doet beide over één singlemode vezel, met twee golflengten. De Cisco SFP-10G-BXU-I zendt op 1270 nm en de SFP-10G-BXD-I op 1330 nm, over maximaal 10 kilometer. Je gebruikt ze altijd als paar: een U-versie aan de ene kant en een D-versie aan de andere. Handig als er maar één vezel vrij is.
XFP en telecomnamen: SR-1 is geen SR
XFP is de oudere, grotere 10 Gbit-module die je nog in routers en oudere switches tegenkomt. De optiek werkt hetzelfde, maar een deel van de XFP’s is (ook) bedoeld voor SONET/SDH en draagt dan telecomnamen volgens Telcordia GR-253. Daar betekent “SR-1” iets anders dan bij ethernet. De Juniper XFP-10G-L-OC192-SR1 is bijvoorbeeld singlemode op 1310 nm tot 10 kilometer, dus vergelijkbaar met LR. De XFP-10G-E-OC192-IR2 werkt op 1550 nm tot 40 kilometer. Kijk bij een XFP-module dus altijd naar golflengte en vezelsoort, niet alleen naar de letters.
Wat wij adviseren
- Binnen het rack: geen glasvezel, maar een DAC-kabel. Waarom staat in onze gids DAC-kabel of transceiver.
- Binnen een gebouw, met bestaande OM3 of OM4: SR-modules. Controleer de lengte in de tabel.
- Nieuwe vezel trekken: overweeg singlemode OS2. Het bereik van multimode wordt bij elke snelheidsstap korter (300 meter bij 10 Gbit over OM3, 100 meter bij 40 Gbit), terwijl LR bij zowel 10 als 40 Gbit 10 kilometer haalt.
- Tussen gebouwen: LR tot 10 kilometer, daarboven ER.
Zorg dat beide kanten dezelfde standaard hebben en dat de codering past bij je switch; dat laatste staat in onze gids over Cisco- en Juniper-codering. Hoe je de rest van een snelle verbinding opbouwt, lees je in een 10 Gbit-netwerk opzetten. Onze optische SFP+-modules vermelden per product de golflengte, de vezelsoort en de afstand. Twijfel je, stuur ons dan het switchmodel, de afstand en het type vezel dat er ligt.
Bronnen
- Cisco, 10GBASE SFP+ Modules Data Sheet (afstanden SR/LRM/LR/ER, BiDi, verzwakker ER, minimale lengte, beugelkleuren)
- Cisco, SFP Modules for Gigabit Ethernet Applications Data Sheet (1000BASE-SX/LX, mode-conditioning patchkabel)
- Cisco, 40GBASE QSFP Modules Data Sheet (40GBASE-SR4/LR4, MPO-12, PC/UPC-connectoren)
- Juniper Networks, SONET/SDH XFP Optical Interface Specifications (SR-1 en IR-2)
- IEEE 802.3-2022, IEEE Standard for Ethernet
- Fluke Networks, OM1, OM2, OM3, OM4, OM5 and OS1, OS2 Fiber (ISO/IEC 11801, ANSI/TIA-568.3-D, bandbreedte)
- The Fiber Optic Association, Fiber Optic Cable Color Codes (kleurcodes volgens TIA-598)
- Corning, SMF-28 Ultra Optical Fiber, Product Information (mode field diameter, G.652.D)
Veelgestelde vragen
Kan ik een SR-module op singlemode vezel gebruiken?
Nee. Een SR-module werkt op 850 nm en is alleen gespecificeerd voor multimode. Op singlemode vezel heb je een LR- of ER-module nodig.
Wat betekent de kleur van een glasvezelkabel?
Volgens TIA-598 is oranje multimode OM1 of OM2, aqua OM3 of OM4, limoengroen OM5 en geel singlemode.
Hoe ver komt 10 Gbit over multimode?
Met een 10GBASE-SR-module volgens Cisco 33 meter over OM1, 82 meter over OM2, 300 meter over OM3 en 400 meter over OM4 of OM5.
Wat is het verschil tussen LR en ER?
LR werkt op 1310 nm en haalt 10 kilometer over singlemode, ER werkt op 1550 nm en haalt 40 kilometer. Onder 20 kilometer schrijft Cisco bij ER een verzwakker van 5 dB voor.
Is een XFP met “SR-1” in de naam multimode?
Nee. SR-1 is een SONET-aanduiding voor singlemode op 1310 nm. De Juniper XFP-10G-L-OC192-SR1 haalt bijvoorbeeld 10 kilometer over singlemode.
Werkt 1 Gbit LX over multimode vezel?
Ja, volgens Cisco tot 550 meter, maar alleen met een mode-conditioning patchkabel. Een gewone 10 Gbit LR-module is niet voor multimode gespecificeerd; daarvoor bestaat de aparte LRM-module.
Past bij dit artikel
Juniper EX-SFP-10GE-SR (740-021308) – 10GBASE-SR SFP+ 850 nm 300 m
incl. btw
FS SFP-10GSR-85 (Juniper-compatibel) – 10GBASE-SR SFP+ 850 nm 300 m
incl. btw
Avago AFBR-709SMZ – 10GBASE-SR SFP+ 850 nm 300 m
incl. btw
Cisco GLC-LH-SM – 1000BASE-LX/LH SFP 1310 nm 10 km
incl. btw
Juniper SFP-1GE-LX (740-011614) – 1000BASE-LX SFP 1310 nm 10 km
incl. btw
Juniper XFP-10G-L-OC192-SR1 (740-031833) – 10G XFP 1310 nm 10 km
incl. btw